1 maart 2026: Nieuwe berekeningsregels, nieuwe uitdagingen voor OCMW’s

1 maart 2026 wordt zonder twijfel een datum om te onthouden voor veel maatschappelijk werkers binnen het OCMW. Vanaf die dag verandert er immers heel wat in onze manier van werken, in het bijzonder wat betreft de berekeningsregels inzake leefloon voor samenwonenden.

Met de omzendbrief van 16 januari 2026 betreffende de wijziging van artikel 34 van de RMI-wet worden de regels rond het in rekening brengen van bestaansmiddelen van samenwonenden grondig aangepast. De grootste verandering is de beperking van de keuzevrijheid van het OCMW om al dan niet rekening te houden met de inkomsten van samenwonende onderhoudsplichtigen. Wat op papier een technische wetswijziging lijkt, vertaalt zich in de praktijk naar een ingrijpende herziening van onze dagelijkse dossierbehandeling.

Complexe regelgeving in de praktijk

In mijn werk als consultant kom ik in verschillende OCMW’s over de vloer. Wat ik daar steeds opnieuw hoor en zie, is hoe complex deze materie in de praktijk is. Maatschappelijk werkers en administratieve medewerkers worstelen met vragen zoals: met welke bestaansmiddelen moeten we wel of niet rekening houden? Hoe brengen we deze gegevens correct in in ons softwarepakket? Hoe zorg je ervoor dat je, naast de basisregels, ook alle uitzonderingsbepalingen correct toepast?

De wijzigingen die op 1 maart ingaan, maken deze oefening niet eenvoudiger. Integendeel, ze vragen extra alertheid en nauwkeurigheid. Bovendien kunnen we door de vermoedelijke indexaanpassing de berekeningen niet op voorhand volledig voorbereiden. Dat betekent dat veel dossiers pas op het moment zelf correct herberekend kunnen worden, wat de werkdruk onvermijdelijk zal verhogen.

De impact op studenten met een leefloon

Wat in de praktijk nu al sterk voelbaar is, is de impact op studenten met een leefloon.

Studenten bevinden zich vaak in een kwetsbare overgangsfase en de gewijzigde regels rond het in aanmerking nemen van inkomsten van samenwonenden kunnen voor hen grote gevolgen hebben. Studenten die tot op heden een leefloon kregen waarbij geen rekening werd gehouden met het inkomen van hun ouders, zien plots het bedrag van hun leefloon sterk verminderen of zelfs helemaal ingetrokken worden. Voor velen onder hen betekent dit een extra druk om meer te gaan werken om de studies betaalbaar te houden, met als risico een negatieve impact op de studieresultaten.

Voor maatschappelijk werkers betekent dit dat zij niet enkel een financiële berekening dienen te maken, maar ook een inschatting van het bredere traject: blijft studeren haalbaar? Is bijkomende begeleiding nodig? Moet het GPMI worden aangepast?,…

De kans is reëel dat net bij deze doelgroep de maatschappelijke gevolgen op langere termijn voelbaar zullen zijn. Een onderbreking van studies om financiële redenen heeft immers een blijvende impact op tewerkstellingskansen en zelfredzaamheid.

De diensten staan voor een grote denkoefening: de uitwerking van een gezamenlijk gedragen visie betreffende hulpverlening aan studenten. We denken hierbij aan vragen zoals, wanneer is op kot gaan een noodzaak of eerder een luxe? Wat verstaan we onder billijkheidsredenen en wanneer kunnen deze worden toegepast?

De samenloop met de beperking van de werkloosheid

Alsof dat nog niet volstaat, komt daar in maart en april de grootste golf van beperking in de werkloosheid bovenop. Heel wat mensen zullen hun werkloosheidsuitkering verliezen en zich tot het OCMW wenden.

Die samenloop is cruciaal: nieuwe aanvragen zullen meteen beoordeeld moeten worden volgens de aangepaste regels rond samenwoonst en bestaansmiddelen. Dat verhoogt niet alleen het aantal dossiers, maar ook de complexiteit ervan. Nieuwe aanvragen brengen vaak onduidelijke gezinssituaties en wisselende inkomsten met zich mee. In zulke complexe situaties de meest gepaste hulp bieden en de wet- en regelgeving consequent, maar met oog voor de individuele situatie, toepassen vraagt tijd, grondig sociaal onderzoek en correcte juridische toetsing.

Voorbereiding is essentieel

Kortom, 1 maart 2026 markeert een kantelmoment. De samenloop van gewijzigde regelgeving zal de druk op sociale diensten opnieuw aanzienlijk verhogen.

Een goede voorbereiding is dan ook essentieel. Denk hierbij aan:

  • duidelijke interne afspraken over interpretatie en toepassing van de wetgeving,
  • het uitwerken van een gezamenlijk gedeelde visie,
  • overlegmomenten rond complexe dossiers,
  • opleiding en kennisdeling binnen het team,
  • en waar nodig (tijdelijke) versterking.

Als consultant merk ik hoe waardevol het is wanneer teams deze overgang samen aanpakken, met ruimte voor vragen en afstemming. Want achter elke herberekening schuilt een menselijk verhaal — en het blijft onze opdracht om binnen een steeds complexer juridisch kader mensgericht te blijven werken.

Heeft jouw dienst nood aan ondersteuning? Onze experten gaan met deze thema’s aan de slag en geven elke dag het beste van zichzelf om overbevraagde diensten te helpen het hoofd boven water te houden.