Wijziging, wijziging in OCMW-verband: welke is de ingewikkeldste van het land?
De wijzigingen in het landschap van de OCMW-dienstverlening volgen elkaar in sneltempo op. De wijziging rond het in aanmerking nemen van bestaansmiddelen van onderhoudsplichtige samenwonenden is nog niet volledig geïmplementeerd in de werking van de diensten, en de volgende staat alweer klaar. Dit keer gaat het om ingrijpende wijzigingen in de dienstverlening aan vreemdelingen. Dat betekent opnieuw een periode waarin de regelgeving aandachtig moet worden opgevolgd en de impact op de praktijk tijdig moet worden voorbereid.
Wat ligt er vandaag op tafel?
De huidige ontwerpteksten bevatten onder meer een hertekening van de verschillende verblijfsstatuten die nog toegang geven tot OCMW-dienstverlening. Zo wordt het recht op maatschappelijke dienstverlening — dus niet enkel het equivalent leefloon — tijdens de eerste vijf jaar van ononderbroken wettig verblijf beperkt tot dringende medische hulp, socioprofessionele begeleiding en hulp bij de inschrijving op een referentieadres. Voor een aantal beschermde statuten komt er een uitzondering op die beperkingen.
Ook voor bepaalde Unieburgers en hun familieleden wordt het recht op maatschappelijke integratie, met name het leefloon, beperkt tijdens de eerste vijf jaar van wettig en ononderbroken verblijf.
Daarnaast wordt het recht op OCMW-dienstverlening voor erkende vluchtelingen, subsidiair beschermden en tijdelijk beschermde vreemdelingen gekoppeld aan integratie-inspanningen. Er wordt voorgesteld te werken met een bonus-malussysteem. Zo zullen erkende vluchtelingen gesanctioneerd worden — de ‘malus’ — in geval van onvoldoende integratie-inspanningen. Subsidiair en tijdelijk beschermden vallen onder het bonussysteem: zij zouden nog slechts 70% van het bedrag van het equivalent leefloon ontvangen, en pas na een positieve evaluatie van hun inspanningen het volledige bedrag.
Hierbij kunnen vragen worden gesteld bij de verenigbaarheid van deze regelgeving met artikel 1 van de OCMW-wet, namelijk het garanderen van een menswaardig bestaan. Hoe menswaardig is een bestaan nog als men slechts 70% van een bestaansminimum ontvangt, dat vandaag al onder de Europese armoedegrens ligt?
De voorgestelde wetswijzigingen zijn nog niet definitief en kunnen nog wijzigen na het advies van de Raad van State en tijdens de parlementaire behandeling. Vandaag is het dan ook te vroeg om interne procedures al aan te passen. Desalniettemin is een goede voorbereiding aangewezen.
Pleidooi voor de ‘KSZ rechten-check’
De voorgestelde hervormingen raken aan één van de meest complexe aspecten van de OCMW-praktijk: het correct beoordelen van het recht op maatschappelijke dienstverlening in functie van een vaak evoluerend verblijfsstatuut. Daardoor zullen maatschappelijk werkers nog nauwkeuriger moeten nagaan welke rechten verbonden zijn aan elk individueel verblijfsstatuut. Dit veronderstelt niet alleen kennis van de nieuwe regelgeving, maar ook van de bestaande wetgeving, rechtspraak en administratieve richtlijnen.
Duidelijke en gestructureerde informatie over het verblijfsrecht in het Rijksregister is daarbij geen overbodige luxe, en precies daaraan ontbreekt het vandaag. Duidelijker leesbare informatie en sneller consulteerbare rechten zouden het sociaal onderzoek vereenvoudigen en heel wat herzieningen, met de bijbehorende administratieve rompslomp, kunnen vermijden. Vandaar ons pleidooi voor de ‘KSZ rechten-check’, waarbij aan de hand van het rijksregisternummer van de betrokkene het statuut, de daaraan verbonden rechten en de bijbehorende voorwaarden kunnen worden opgevraagd.
Met andere woorden: tijd voor échte administratieve vereenvoudiging, alstublieft. Zonder die vereenvoudiging dreigt het sociaal werk nog meer te verworden tot een veredeld administratief beroep, waarin geen tijd meer overblijft voor échte begeleiding en trajecten naar verandering. En dat is, voor de meesten onder ons, niet de reden waarom wij voor deze roeping hebben gekozen.
