Vlaamse Regering keurt wijzigingen goed voor gezinszorg
De Vlaamse Regering heeft twee ontwerpbesluiten principieel goedgekeurd die een belangrijke impact hebben op de organisatie van de gezinszorg. De twee besluiten over handhaving en het budgettair kader moeten nog het advies van de Raad van State doorlopen, maar geven al een duidelijk beeld van de beleidskeuzes voor de komende jaren.
Wijzigingen aan het urencontingent
Eind 2025 kondigde Vlaams minister Gennez een besparingsoperatie aan voor gezinszorg van ruim 30 miljoen euro. Het genoemde bedrag liep in de maanden daarop nog verder op. Intussen werd met deze nieuwe besluiten de aankondiging omgezet in concrete besparingsmaatregelen.
Voor 2026 wordt het totale subsidiabele urencontingent voor gezinszorg in Vlaanderen vastgelegd op 18 530 195 uren, een daling met ongeveer 4,5% ten opzichte van 2025.
De verdeling van de uren zal sterker gebaseerd worden op de gerealiseerde prestaties van de voorbije jaren. Zo wordt het urencontingent voor 2026 voor elke gezinszorgdienst gebaseerd op de hoogste realisatiegraad van 2023 of 2024. In de praktijk is dit, vooral voor openbare gezinszorgdiensten die gemiddeld een lagere realisatiegraad hebben dan private diensten, een aanzienlijke besparing met onmiddellijke impact op de verhouding tussen vraag en aanbod. Kijk dus, vóór je verzorgend personeel gaat aanwerven, zeker na hoeveel uren je op dit moment realiseert vs. je herberekende gesubsidieerde urencontingent. De kans is groot dat je de komende jaren nauwelijks ruimte hebt om te groeien. Er gaan door deze maatregel een half miljoen zorguren verloren voor de sector, en dit in een context waarin de vraag naar kwalitatieve zorg aan huis sterk toeneemt.
Daarnaast wordt de norm voor gelijkgestelde uren (bv. vorming, teamoverleg, …) verlaagd van 9% naar 7,5%, zodat een groter deel van het urencontingent effectief aan zorgprestaties moet worden besteed.
Zeker diensten die nog wekelijks of tweewekelijks wijkwerkingsoverleg organiseren met verzorgenden, kijken best na of zij op jaarbasis onder de 7.5% gelijkgestelde (en dus gesubsidieerde) uren blijven. Een omschakeling naar maandelijkse overlegmomenten of andere meer tijdsefficiënte overlegvormen met verzorgenden kan hiervoor een oplossing zijn.
Bovendien wordt vanaf 2026 wordt het budget voor maatregelen voor milieubewuste verplaatsingen niet meer toegekend en wordt het subsidiebedrag voor administratief personeel binnen de aanvullende thuiszorg met 6,5% verlaagd.
Veel diensten voegden bijscholingen of sensibiliseringsacties rond milieubewust rijden toe aan hun vormingsaanbod voor verzorgend personeel de voorbije jaren om te voldoen aan de voorwaarden voor dit extra budget. Het is vanaf nu dus geen strikte verplichting meer om deze zaken jaarlijks in het aanbod te integreren.
Minimale realisatie van 15 000 uren
Een belangrijke nieuwe maatregel is dat kleine diensten voortaan minstens 15 000 uren gezinszorg per jaar moeten realiseren om hun erkenning te behouden. Daarbij tellen alle prestaties mee, met uitzondering van onder meer vorming en sociale maribeluren. Dit komt overeen met een realisatiegraad van ongeveer 98%.
Deze regeling heeft nog geen onmiddellijke gevolgen. Pas in 2029 zal worden nagegaan welke diensten zowel in 2027 als 2028 minder dan 15 000 uren hebben gerealiseerd. Die diensten verliezen in principe hun erkenning vanaf 1 januari 2030, tenzij zij tijdig een overdracht van de erkenning aanvragen. Volgens de nota zouden vandaag 18 diensten niet voldoen aan deze voorwaarde op basis van hun prestaties in 2023 en 2024.
Gezinszorgdiensten die flirten met deze ondergrens van 15 000 jaarlijks te behalen uren, doen er dus goed aan om voor 2027 en 2028 te focussen op maximale bezetting en dus personeelsbezetting t.o.v. hun toegekende urencontingent.
- Stipte (tijdelijke) vervanging van langdurig zieke of tijdelijk afwezige verzorgenden (bv. zwangerschapsrust) is aangewezen.
- De zorgsector heeft een hoog percentage personeel dat deeltijds werkt. Continu monitoren van alle niet benutte stukjes van elke VTE/medewerker kan ook helpen om een hogere realisatiegraad te bereiken. Als bv. enkele verzorgenden 4/5e zijn gaan werken het voorbije jaar, is het aangewezen om een extra verzorgende aan te nemen om die daling aan gepresteerde uren te compenseren.
- Doe permanent en actief aan promotie van je hulpverlening om te garanderen dat je een (beperkte) wachtlijst opbouwt en snel een nieuwe cliënt kan inschakelen wanneer een bestaande cliënt wordt opgenomen of overlijdt.
- Houd je wachtlijsten kort en actueel. Bel op regelmatige tijdstippen je wachtlijstcliënten op om te zien of hun aanvraag nog steeds geldt. Je kan dan ook meteen de concrete zorgvraag actualiseren om efficiënter nieuwe cliënten te kunnen inschakelen.
- Om toeleiding van cliënten naar jouw dienst op lange termijn vlot te houden, is het aan te raden om met je belangrijkste toeleiders jaarlijks tijd te maken voor een contactmoment. Denk hierbij aan contactpersonen bij sociale diensten van ziekenhuizen, lokale OCMW’s en woonzorgcentra. Ook medische beroepen zoals bv. kinesisten kunnen de instroom van nieuwe cliënten vlot helpen houden.
Overdracht van een erkenning wordt aangepast
Ook de regels rond de overdracht van een erkenning wijzigen. Een dienst die een erkenning overdraagt, moet voortaan aan alle erkenningsvoorwaarden voldoen, behalve aan de norm van tien VTE verzorgend personeel. Daarmee wil de Vlaamse Regering fusies of overdrachten van kleinere diensten mogelijk maken.
Daarnaast wordt verduidelijkt dat diensten die door regelgeving uit het verleden niet konden worden afgeroomd onder de 15 390 uren, bij een overdracht enkel het effectief gerealiseerde aandeel van hun urencontingent (van het derde of de twee voorafgaande jaren) zullen kunnen overdragen.
Het is duidelijk dat de Vlaamse overheid met deze maatregelen een consolidatie in de sector wil stimuleren. Het is vooral voor deze kleinere gezinszorgdiensten steeds minder makkelijk om met een beperkte omkadering aan alle erkenningsvoorwaarden te blijven voldoen. Het oprichten van een nieuwe welzijnsvereniging in samenwerking met omliggende lokale besturen, of aansluiten bij een bestaande welzijnsvereniging (zorgbedrijf), wordt meer een trend dan een uitzondering de komende jaren.
Strengere gevolgen bij verhoogd toezicht
Voor diensten die wegens ernstige of aanhoudende tekortkomingen onder verhoogd toezicht worden geplaatst, worden de gevolgen uitgebreid. Zolang het verhoogd toezicht loopt, kan een dienst:
- geen bijkomende uren gezinszorg aanvragen;
- geen bijkomende erkenning als centrum voor dagopvang verkrijgen;
- geen erkenning overnemen van een andere dienst of woonzorgvoorziening van hetzelfde type.
Deze maatregelen moeten vermijden dat een voorziening met ernstige kwaliteitsproblemen haar werking verder uitbreidt zolang de vastgestelde tekortkomingen niet zijn weggewerkt.
De inspecties n.a.v. het handelingskader en de remediëringsplannen die elke gezinszorgdienst in 2025 moest indienen, zijn in mei 2026 opgestart. De betrokken diensten die tegen 1 januari 2027 de intentie hebben om hun erkenning over te dragen, krijgen prioritair in de zomermaanden de inspectie op bezoek.
Nieuwe kwalificatiemogelijkheden
Tot slot worden ook de kwalificatievoorwaarden voor verzorgenden uitgebreid.
Tot nu organiseerden de opleidingscentra die verbonden zijn aan een aantal diensten voor gezinszorg in samenwerking met de VDAB opleidingen verzorgende/zorgkundige. Die opleidingen zullen ook in de toekomst (2026-2029) verder georganiseerd worden, maar alleen werkzoekenden zullen die opleiding nog mogen volgen.
Om ook nog opleidingen te kunnen blijven aanbieden aan niet-werkzoekenden (zoals zijinstromers die in het kader van het structureel instroomkanaal al een arbeidscontract van de dienst gekregen hebben, maar vrijgesteld zijn van arbeidsprestaties om een opleiding tot verzorgende/zorgkundige te kunnen volgen), zullen voortaan ook beroepskwalificaties, behaald via een door het Departement WEWIS erkend beroepskwalificerend traject, voldoen aan de kwalificatievoorwaarden. Dat moet bijkomende (zij)instroom van verzorgend personeel in de sector ondersteunen.
Had jouw organisatie in 2026 al een opleidingstraject lopen voor interne & externe potentiële zorgkundigen, bv. via IKA (structureel instroomkanaal)? Let er vooral voor op dat jouw herziene gesubsidieerde urencontingent nog voldoende ruimte heeft in 2026-2027 voor deze zij-instromers. Op het moment dat vele diensten deze opleidingen organiseerden i.s.m. externe opleidingsinstanties, was er immers nog niet gesnoeid in het urencontingent.
Ondersteuning Servantes
Servantes kan ook jouw organisatie ondersteunen bij de uitdagingen die de steeds complexere regelgeving met zich meebrengt.
Onze consultants beschikken over ruime praktijkervaring binnen de sector en kunnen gezinszorgdiensten ondersteunen bij onder meer:
- coördinatie- en leidinggevende opdrachten;
- begeleiding van verander- en digitaliseringstrajecten;
- procesanalyse en procesoptimalisatie;
- voorbereiding en begeleiding van zorginspecties;
- kwaliteitsmanagement en organisatieontwikkeling;
- administratieve en organisatorische ondersteuning;
- continuïteit van de dienstverlening;
- coaching en begeleiding van teams en medewerkers.
Onze aanpak is steeds afgestemd op de specifieke context en uitdagingen van uw organisatie. Daarbij combineren wij inhoudelijke expertise met een pragmatische en resultaatgerichte aanpak, met bijzondere aandacht voor duurzame verbeteringen en kennisdeling binnen uw werking. Neem gerust vrijblijvend contact op via info@servantes.be of 0468 16 74 68.
